Hoe zit het bij mij? |
|
|
|
Ik ben geboren met deze
oogaandoening. Men spreekt dus van congenitaal Cataract. Toen ik 3 maand oud
was hebben de chirurgen mijn ooglens verwijderd. Bij "wat is cataract?" hebt u
misschien gelezen dat na de operatie kunstlenzen worden ingeplant. Bij mij
was dit niet het geval omdat ik nog zo klein was. Mijn ogen moesten nog
groeien dus zou men wachten tot ik volwassen was.
Door dat ik dus helemaal geen lens meer had moest ik toen contactlenzen dragen. Ik droeg deze de hele week door, en iedere week moesten mijn ouders met mij naar het UZ (universitair ziekenhuis) te Leuven. We woonden toen in Kuurne, d.w.z. iedere week meer dan 2 uur rijden. In Leuven haalden de dokters de contactlenzen uit en werden ze schoon gemaakt. Zo ging het iedere week, tot ik oud genoeg was om een bril te dragen. Maar ik droeg hem niet altijd: toen ik een kleuter was, had ik hem niet echt nodig. Maar toen ik naar de lagere school ging wel, want zonder bril kan ik niet lezen of schrijven. Met mijn bril gaat dat veel makkelijker, maar ik heb nog altijd moeite met het lezen van kleine letters (bv: telefoonboek, woordenboek...) Dingen van veraf zie ik ook slecht. Als er iemand langs de overkant van de straat loopt, zal ik die persoon wel zien, maar zal ik geen details kunnen onderscheiden. Zo herken ik dus moeilijk mensen. Toen ik 18 werd, kreeg ik te horen dat kunstlenzen bij mij nooit mogelijk zullen zijn. Ik heb cataract gekregen omdat ik in de baarmoeder een groeistilstand heb gehad. Mijn ogen hebben zich dus niet voldoende kunnen ontwikkelen, waardoor ik niet alleen cataract kreeg maar ook "micro cornea". Dat wil zeggen dat mijn ogen en pupillen heel klein zijn. Tijdens mijn verdere leven is daar maar weinig verandering in gekomen, waardoor er nu simpelweg geen plaats is om een kunstlens in te planten. Bovendien zijn mijn ogen door de operatie zo breekbaar dat de kans op blindheid te groot zou zijn, als ze nog eens geopend zouden worden. Ik besef nu goed genoeg dat ik waarschijnlijk voor altijd slechtziend zal zijn, en ik aanvaard dat ook. Je kan gewoon niet anders, hoe moeilijk het ook is. Ik ben enigszins wel blij dat ik nooit heb geweten hoe het is om goed te zien. En hoe zit dat nu met mijn dagelijks leven? Wel, ik heb natuurlijk vaak hulp en aanpassingen nodig, maar ik trek me volgens mij toch redelijk goed uit de slag. Voor bijna alles is een oplossing. Op school moet ik meestal vooraan en in het midden zitten. Soms heb ik vergrotingen nodig of moet iemand me iets voorlezen. Ik heb een kijkertje voor als ik het bord niet kan lezen, en ik gebruik een laptop in de klas. Men weet met mij soms geen raad, maar al bij al word ik toch heel goed opgevangen.
Een van de grootste nadelen van
slecht zien is voor mij dat ik nooit met een auto zal kunnen rijden. Ik kan
zelfs niet fietsen! Dat vind ik wel jammer, maar ik maak veel gebruik van het
openbaar vervoer. Ik rijd gratis met tram en bus, en ondertussen ook met de
trein! Het is een lange, harde strijd geweest om een "Nationale
Verminderingskaart op het Openbaar Vervoer" te krijgen, en ondanks dat ik
eindelijk zo'n kaart heb gekregen, vind ik nog altijd dat de wetgeving te streng
is. Personen met een visuele beperking die niet met de auto kunnen rijden, maar
toch geen 90% slechtziendheid halen, krijgen deze kaart niet. Ik zet me nog
altijd in om hier iets aan te veranderen!
Ik heb van hen ook bijstand gekregen voor een tandem! Nu nog wachten op het mooie weer om lekker te gaan fietsen.
Over al deze computer
hulpmiddelen kan u uitgebreid meer lezen in mijn eindwerk
over PC aanpassingen voor slechtzienden en blinden. Ik heb ook last van nachtblindheid. Nachtblind zijn betekent niet dat je
helemaal blind bent als het donker wordt, maar alles wordt veel vager en je ogen
passen zich niet aan aan het donker. Daardoor heb ik ook veel licht nodig als ik
lees of schrijf. Indien u nog meer vragen hebt over mij of mijn oogaandoening, mag u mij gerust mailen! |
Opgericht op: 1 juli 2003.
© 2006 kimdefreyne.be
All rights reserved.
Hosted by One.com
Met dank aan: Karlijn
De Winter